Blog · 8/7/2026
Checklist valrisico in huis
Met deze praktische checklist overloop je kamer per kamer het valrisico in huis. Ontdek waar ouderen in Vlaanderen op vallen, wat je zelf aanpast en wanneer je een valpreventiecoach, kinesist of ergotherapeut inschakelt.

De meeste valpartijen bij ouderen gebeuren niet op straat of op een gladde stoep, maar gewoon thuis. In de vertrouwde woning waar iemand al jaren woont, zitten vaak net de risico's die niemand nog opmerkt: een losse mat, een schemerlamp die te weinig licht geeft, een drempel waar je over struikelt of een badkamer zonder handgreep. Precies omdat die omgeving zo vertrouwd voelt, kijkt niemand er nog met een kritische blik naar. Toch is de woning de plek waar je met een paar gerichte aanpassingen het meeste risico kunt wegnemen.
Deze checklist helpt je om je woning rustig en systematisch te overlopen, kamer per kamer. Je krijgt geen medisch oordeel en geen kant-en-klaar advies over jouw persoonlijke situatie, want dat hangt af van je gezondheid, je beweeglijkheid en je woning. Wel krijg je een praktisch kader: waar let je op, wat kun je vaak zelf verhelpen en wanneer schakel je best professionele hulp in zoals een valpreventiecoach, een kinesist of een ergotherapeut. Zo maak je van je huis stap voor stap een veiligere plek om ouder te worden.
In het kort
Valrisico in huis ontstaat zelden door een enkele oorzaak. Meestal is het een combinatie van de omgeving (losse tapijten, slecht licht, obstakels), lichamelijke factoren (minder kracht, minder evenwicht, slechter zicht) en gedrag (haasten, op een stoel klimmen, geen leuning gebruiken). Een goede checklist kijkt naar die drie samen en niet naar een detail alleen.
Overloop je woning ruimte per ruimte en let vooral op looproutes, verlichting, drempels, trappen en de badkamer. Veel aanpassingen zijn eenvoudig en goedkoop: een mat weghalen, een nachtlampje plaatsen, een handgreep bevestigen of losse snoeren wegwerken. Andere aanpassingen, zoals beugels, een tweede trapleuning of een aangepaste douche, vragen wat meer werk en soms professioneel advies.
Los daarvan blijft je eigen lichaam belangrijk. Voldoende beweging, kracht en evenwicht verkleinen de kans op vallen sterk, net als goed zien en een doordacht medicatiebeleid. Twijfel je of je risico groter is dan gemiddeld, doe dan een valrisicotest bij een professional en bespreek de resultaten met je huisarts. Officiele en betrouwbare informatie over valpreventie in Vlaanderen vind je bij het Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen.
Waarom valpreventie in huis zo belangrijk is
Een val lijkt vaak een klein incident, maar de gevolgen kunnen zwaar zijn. Bij oudere mensen kan een val leiden tot een breuk, bijvoorbeeld van de heup of de pols, tot een ziekenhuisopname en tot een lang en soms onvolledig herstel. Even belangrijk is het effect op het zelfvertrouwen. Wie een keer valt, wordt vaak angstig om opnieuw te vallen, gaat minder bewegen en verliest daardoor net kracht en evenwicht. Zo ontstaat een vicieuze cirkel die het risico op een volgende val alleen maar vergroot. Hoe je met die angst kunt omgaan, lees je in Angst om te vallen bespreken.
Het goede nieuws is dat veel valpartijen te voorkomen zijn. De woning is daarbij een dankbaar aangrijpingspunt, omdat je er meestal snel en zonder grote kosten resultaat boekt. Een opgeruimde looproute, betere verlichting en een paar goed geplaatste steunpunten maken samen een groot verschil. Bovendien werkt een veilige woning preventief: je hoeft niet te wachten tot er iets gebeurt om aanpassingen te doen. Wie op tijd kijkt, blijft langer zelfstandig en veilig thuis wonen.
Valpreventie is dus geen teken van achteruitgang, maar een verstandige investering in zelfstandigheid. Ouder worden hoeft niet te betekenen dat je bang door je eigen huis loopt. Met een nuchtere blik en een concrete checklist neem je de regie terug en verklein je de kans dat een klein struikelmoment grote gevolgen krijgt.
Hoe je deze checklist gebruikt
Doe de rondgang bij voorkeur samen met iemand anders, bijvoorbeeld een partner, een kind of een mantelzorger. Een frisse blik ziet vaak dingen die je zelf niet meer opmerkt. Neem de tijd, loop rustig door elke ruimte en stel je telkens dezelfde vragen: kan ik hier vlot en veilig stappen, is er genoeg licht, en is er iets om me aan vast te houden als het nodig is?
Maak onderscheid tussen wat je meteen zelf kunt oplossen en wat verder advies vraagt. Een losse mat haal je vandaag nog weg. Een tweede trapleuning of een aangepaste badkamer plan je beter na overleg met een vakman of een professional. Noteer je bevindingen, zodat je later gericht aan de slag kunt en niets vergeet. Een eenvoudig lijstje met per kamer een paar actiepunten werkt vaak beter dan een vaag voornemen om ooit iets te doen.
Denk ten slotte niet alleen aan de woning, maar ook aan de gewoontes. De veiligste inrichting helpt weinig als iemand toch nog op een wankele stoel klimt om iets uit een hoge kast te halen, of 's nachts zonder licht naar het toilet loopt. Gedrag en omgeving horen bij elkaar. Deze checklist behandelt daarom beide.
Inkomhal, gangen en looproutes
Begin bij de plekken waar je het meest passeert. In de inkomhal en de gangen struikelen mensen vaak over losliggende matten, schoenen, tassen of andere spullen die op de grond staan. Zorg dat de looproutes vrij en overzichtelijk zijn. Leg geen losse tapijten in doorgangen, of maak ze goed vast met antislip zodat ze niet kunnen verschuiven of omkrullen. Een omgekrulde matrand is een klassieke struikelval.
Let ook op drempels en niveauverschillen. Een drempel tussen twee kamers of naar het terras is soms nauwelijks zichtbaar, zeker bij minder goed zicht. Je kunt drempels vaak weghalen of overbruggen met een klein hellend plaatje. Markeer een niveauverschil dat je niet kunt wegwerken met een opvallende kleur, zodat het duidelijk zichtbaar blijft. Kabels en snoeren horen tegen de muur of onder een goot, nooit dwars over een looproute.
Kijk of er langs lange gangen of op moeilijke plekken iets is om je aan vast te houden. Een stevige leuning of een goed bevestigde handgreep geeft steun waar dat nodig is. Zorg dat vaak gebruikte spullen binnen handbereik staan, zodat niemand hoeft te reiken of te klimmen. Een ergotherapeut kan meedenken over de beste plaats voor steunpunten; wat die precies doet, lees je in Valpreventiecoach, kinesitherapeut of ergotherapeut?.
Verlichting in het hele huis
Slecht zicht en te weinig licht zijn samen een grote risicofactor. Ogen worden met de jaren minder gevoelig voor licht en passen zich trager aan bij verandering van donker naar licht. Zorg daarom voor voldoende en gelijkmatige verlichting in het hele huis, en vermijd donkere hoeken op looproutes. Een lichtschakelaar hoort altijd binnen handbereik te zijn bij het binnenkomen van een ruimte, zodat niemand in het donker moet zoeken.
Besteed bijzondere aandacht aan de trap, de gang en de weg van de slaapkamer naar het toilet. Op de trap is licht bovenaan en onderaan belangrijk, zodat elke trede duidelijk zichtbaar is. Een nachtlampje of een lampje met bewegingssensor op het traject naar het toilet voorkomt dat iemand 's nachts in het donker rondtast. Dat is precies het moment waarop veel valpartijen gebeuren, want dan is iemand slaperig en minder alert.
Vermijd tegelijk verblinding en sterke schaduwen. Een fel tegenlicht of een scherpe schaduwrand kan de dieptewaarneming verstoren, waardoor je een trede of drempel verkeerd inschat. Kies voor lampen die goed spreiden en niet recht in de ogen schijnen. Laat bij twijfel het zicht ook eens nakijken, want een verouderde bril of onbehandelde staar verhoogt het valrisico aanzienlijk.
De trap
De trap verdient een eigen plek in elke checklist, want een val op de trap heeft vaak zwaardere gevolgen dan een val op de begane grond. Controleer eerst of er een stevige leuning is die over de volledige lengte doorloopt, ook bovenaan en onderaan. Een leuning aan beide zijden geeft nog meer steun en is zeker het overwegen waard voor wie moeilijker stapt. De leuning moet goed vastzitten en comfortabel vast te grijpen zijn.
Kijk naar de treden zelf. Zijn ze allemaal even hoog, zijn de randen goed zichtbaar en is de bekleding stevig bevestigd? Losse traploper of versleten bekleding is gevaarlijk. Een contrasterende strip op de rand van elke trede maakt de treden beter zichtbaar, vooral bovenaan en onderaan waar de meeste misstappen gebeuren. Houd de trap altijd vrij: leg er nooit spullen op om later mee naar boven te nemen.
Denk ook aan het gedrag. Draag op de trap geen losse pantoffels of te lange kledij, gebruik altijd de leuning en draag niets met beide handen zodat je je nog kunt vasthouden. Wie de trap moeilijk vindt, kan overwegen om slaapkamer of toilet naar beneden te verplaatsen, of professioneel advies te vragen over aanpassingen. Een valpreventiecoach kan mee inschatten of de trap een reeel probleem vormt en welke oplossing past.
De woonkamer
De woonkamer is een ruimte waar mensen veel tijd doorbrengen en vaak rechtstaan en gaan zitten. Kijk eerst naar de zithoek. Een zetel of stoel die te laag of te zacht is, maakt opstaan lastig en vergroot de kans om terug te vallen of het evenwicht te verliezen. Een stevige stoel met armleuningen op de juiste hoogte geeft steun bij het opstaan. Vermijd meubels met scherpe hoeken op looproutes en zet ze zo dat je vlot rond kunt lopen.
Let opnieuw op losse tapijten, matjes en snoeren. Een salontafel die net op de looproute staat, een kabel van een schemerlamp of een dekentje dat op de grond glijdt, zijn allemaal potentiele struikelvallen. Houd de doorgang tussen de deur, de zithoek en het raam vrij. Zorg dat de afstandsbediening, de telefoon en andere vaak gebruikte spullen binnen handbereik liggen, zodat niemand zich hoeft uit te rekken of op te staan zonder steun.
Vermijd ten slotte dat mensen op meubels klimmen om bij iets te geraken. Berg vaak gebruikte voorwerpen op een goed bereikbare hoogte op, tussen heup- en schouderhoogte. Wat je bijna nooit nodig hebt, mag hoog of laag staan, maar dan pak je het beter met hulp of met een stabiel opstapje met een steun, nooit met een gewone stoel.
De keuken
In de keuken bewegen mensen veel, dragen ze soms warme of zware voorwerpen en is de vloer sneller nat of vet. Zorg dat de spullen die je dagelijks gebruikt binnen handbereik staan, zodat je niet hoeft te klimmen of diep te bukken. Zet zware potten en pannen onderaan en lichte dingen wat hoger, maar houd alles wat je vaak nodig hebt op comfortabele hoogte. Klim nooit op een stoel of op de rand van een kast om bij een bovenkast te geraken.
Houd de vloer droog en veeg gemorst water of vet meteen op. Een antisliptapijtje voor de gootsteen kan helpen, op voorwaarde dat het goed blijft liggen en niet zelf een struikelrisico wordt. Draag stevige schoenen of pantoffels met een goede zool, geen gladde sokken of loshangende slippers. Als koken vermoeiend of wankel aanvoelt, kan een keukenkruk met steun helpen om af en toe te zitten terwijl je werkt.
Denk ook aan de looproute met warme of gevulde borden. Draag niet te veel tegelijk, zodat je een hand vrij houdt en zicht op de grond behoudt. Een klein serveerwagentje op wielen kan een praktische oplossing zijn om spullen veilig van de keuken naar de tafel te brengen zonder te sjouwen.
De badkamer en het toilet
De badkamer is statistisch een van de gevaarlijkste ruimtes, omdat water, gladde tegels en kleine bewegingen samenkomen. Een inloopdouche zonder hoge rand is veiliger dan een bad waar je overheen moet stappen. Kan een bad niet weg, dan helpt een badplank of een stevige greep bij het in- en uitstappen. Leg antislipmatten in de douche en op gladde tegelvloeren, en kies er die goed blijven liggen.
Beugels en handgrepen maken een groot verschil. Een stevige greep naast het toilet en in de douche geeft steun bij het gaan zitten, opstaan en draaien. Belangrijk is dat zo een beugel professioneel en op de juiste plaats wordt bevestigd, want een greep die loskomt geeft schijnveiligheid. Een verhoogde toiletzitting maakt opstaan makkelijker voor wie moeilijk door de knieen kan. Een douchestoel of douchekruk laat toe om zittend te wassen, wat veiliger is bij vermoeidheid of duizeligheid.
Zorg ook hier voor goed licht en een schakelaar die je meteen bij het binnenkomen bereikt. Berg producten op binnen handbereik zodat je niet hoeft te reiken terwijl je nat bent. Een ergotherapeut of een valpreventiecoach kan de badkamer mee beoordelen en concrete aanpassingen voorstellen die passen bij de ruimte en bij de persoon. Sommige aanpassingen komen mogelijk in aanmerking voor ondersteuning; lees daarover meer in Valpreventie: terugbetaling en Vlaamse initiatieven.
De slaapkamer
In de slaapkamer draait veel om de overgang tussen liggen, zitten en staan. Een bed op de juiste hoogte maakt opstaan en gaan liggen veel veiliger. Een bed dat te laag of te hoog is, dwingt tot een onhandige beweging waarbij je makkelijk je evenwicht verliest. Zorg dat er naast het bed genoeg ruimte is om rustig recht te komen en dat er iets is om je aan vast te houden als dat nodig is.
Plaats een lichtschakelaar of een lampje binnen handbereik van het bed, zodat niemand in het donker hoeft op te staan. Houd de weg van het bed naar de deur en naar het toilet volledig vrij en goed verlicht. Zet pantoffels met een stevige zool klaar op een vaste plek, zodat je ze zonder te bukken of te zoeken kunt aantrekken. Vermijd losse kleedjes naast het bed, want net daar zet je je eerste, nog wat wankele stappen van de dag.
Wie 's nachts vaak naar het toilet moet, loopt op dat moment extra risico. Overweeg een nachtlampje met bewegingssensor op het hele traject, of een toiletstoel dicht bij het bed als het toilet ver is. Sta 's nachts niet te snel recht, maar ga eerst even op de rand van het bed zitten. Zo geef je je bloeddruk de kans om zich aan te passen en voorkom je duizeligheid bij het opstaan.
Persoonlijke factoren: medicatie, duizeligheid en zicht
Een veilige woning is maar de helft van het verhaal. Ook je lichaam en je gezondheid bepalen mee het valrisico. Bepaalde medicatie kan duizeligheid, sufheid of een lage bloeddruk veroorzaken, zeker wanneer iemand meerdere geneesmiddelen tegelijk neemt. Ga nooit zelf sleutelen aan je medicatie, maar bespreek duizeligheid, slaperigheid of vaak bijna vallen met je huisarts of apotheker. Zij kunnen samen bekijken of een medicatieschema kan worden herzien.
Ook duizeligheid, problemen met het evenwicht of een plots gevoel van zwakte verdienen aandacht. Dat zijn signalen die je best medisch laat nakijken in plaats van te negeren of weg te wuiven. De huisarts blijft hier het eerste aanspreekpunt en kan indien nodig verder verwijzen. Betrouwbare uitleg over veelvoorkomende gezondheidsklachten vind je bij Gezondheid en Wetenschap, dat richtlijnen vertaalt naar begrijpbare taal.
Goed zien is een derde belangrijke factor. Laat je ogen regelmatig controleren, houd je bril up-to-date en wees voorzichtig met een multifocale bril op de trap, omdat die het inschatten van afstanden kan bemoeilijken. Ook voeten en voetproblemen spelen mee: pijnlijke voeten, dikke eeltplekken of slecht passende schoenen veranderen je manier van stappen. Zorg voor comfortabel, stevig schoeisel met een goede, stroeve zool en een stevige hielsteun.
Beweging, kracht en evenwicht
De sterkste bescherming tegen vallen zit niet alleen in de woning, maar in je eigen lichaam. Wie regelmatig beweegt en spierkracht en evenwicht onderhoudt, valt minder snel en herstelt beter na een misstap. Dagelijkse beweging hoeft niet zwaar te zijn: wandelen, rechtstaan en gaan zitten, en eenvoudige oefeningen voor benen en romp doen al veel. Blijf niet te veel stilzitten uit angst, want net dan verlies je de kracht die je nodig hebt.
Gerichte oefeningen voor balans en beenkracht zijn bijzonder waardevol. Ze trainen precies de vaardigheden die je nodig hebt om je evenwicht te bewaren en jezelf op te vangen. Begin rustig, bouw geleidelijk op en doe oefeningen bij voorkeur met steun in de buurt, zeker in het begin. Concrete voorbeelden vind je in Oefeningen voor balans en kracht. Voor wie liever begeleid oefent, kan een kinesist of een beweegprogramma een goede keuze zijn.
Twijfel je of oefenen op eigen houtje veilig is, of heb je al eens gevallen, laat je dan begeleiden door een professional. Een kinesist kan een programma opstellen dat past bij je conditie, en een valpreventiecoach kan het geheel mee opvolgen. Wat het verschil is tussen die begeleiders lees je in Valpreventiecoach, kinesitherapeut of ergotherapeut?, zodat je weet bij wie je met welke vraag terechtkunt.
Hulpmiddelen en woningaanpassingen
Soms is de woning of het lichaam niet voldoende bij te sturen met kleine ingrepen, en zijn hulpmiddelen of grotere aanpassingen nodig. Denk aan een rollator, een looprek, een stevige wandelstok, beugels, een verhoogde toiletzitting of een aangepaste douche. Belangrijk is dat een hulpmiddel past bij de persoon en juist wordt gebruikt. Een rollator die verkeerd is afgesteld of onhandig wordt gebruikt, kan het risico zelfs vergroten in plaats van verkleinen.
Laat je daarom adviseren voordat je iets aanschaft. Een ergotherapeut of kinesist kan inschatten welk hulpmiddel geschikt is en hoe je het veilig gebruikt. Voor woningaanpassingen en hulpmiddelen bestaan er in Vlaanderen mogelijk ondersteuningskanalen, onder meer via het VAPH voor personen met een handicap, via de aanvullende voordelen van je ziekenfonds en via lokale of Vlaamse initiatieven. De regels, voorwaarden en bedragen verschillen per situatie, per ziekenfonds en per jaar, dus informeer je altijd vooraf bij de juiste instantie.
Een goede volgorde is: eerst het probleem in kaart brengen, dan advies vragen over de beste oplossing, en pas daarna aankopen of laten plaatsen. Zo vermijd je dat je geld uitgeeft aan iets dat niet past of dat je niet gebruikt. Voor de mogelijkheden rond ondersteuning en Vlaamse initiatieven verwijzen we naar Valpreventie: terugbetaling en Vlaamse initiatieven.
Wanneer schakel je professionele hulp in?
Deze checklist brengt je een heel eind, maar op een bepaald punt is professioneel advies verstandiger dan zelf verder puzzelen. Schakel hulp in wanneer iemand al eens gevallen is, wanneer er duizeligheid of evenwichtsproblemen zijn, wanneer stappen merkbaar onzekerder wordt, of wanneer de angst om te vallen het dagelijks leven begint te beperken. Ook wanneer je niet zeker weet welke aanpassingen prioriteit hebben, loont het om iemand met ervaring te laten meekijken.
Verschillende professionals kunnen helpen, elk vanuit hun invalshoek. Een ergotherapeut kijkt vooral naar de woning en de dagelijkse handelingen en stelt concrete aanpassingen voor; meer daarover vind je bij ergotherapeut. Een kinesist werkt aan kracht, evenwicht en beweging en kan een oefenprogramma opstellen; algemene informatie vind je bij kinesitherapeut. Wie zich specifiek toelegt op valpreventie bij ouderen, kan terecht bij een geriatrisch gerichte kinesist of bij een valpreventiecoach die het geheel mee overziet.
De huisarts blijft het centrale aanspreekpunt bij medische vragen, bij duizeligheid, bij medicatie en bij een verwijzing naar de juiste zorgverlener. Bespreek een valincident daarom altijd met je huisarts, ook als er op het eerste gezicht niets ernstigs aan de hand lijkt. Vaak zit de oorzaak in een combinatie van factoren die een arts of professional beter kan ontwarren dan jij alleen.
Stappenplan: zo pak je het aan
Stap 1: doe de rondgang. Loop je woning kamer per kamer door met deze checklist, liefst samen met iemand anders, en noteer per ruimte wat opvalt.
Stap 2: los het eenvoudige meteen op. Haal losse matten weg, werk snoeren weg, ruim doorgangen op, plaats een nachtlampje en zet vaak gebruikte spullen binnen handbereik. Dat kost weinig en levert meteen resultaat.
Stap 3: plan het grotere werk. Zet aanpassingen zoals beugels, een tweede trapleuning of een aangepaste badkamer op een lijst en vraag advies over de beste aanpak en de mogelijke ondersteuning.
Stap 4: kijk naar het lichaam. Bespreek duizeligheid, medicatie en zicht met je huisarts, en werk aan beweging, kracht en evenwicht, alleen of met begeleiding.
Stap 5: schakel professionele hulp in bij twijfel of na een val. Een valpreventiecoach, een ergotherapeut of een kinesist kan mee beoordelen wat prioriteit heeft en je aanpak op maat verfijnen.
Veelgestelde vragen
Moet ik alles tegelijk aanpassen? Nee. Begin bij de eenvoudige en goedkope ingrepen op de plekken waar je het meest passeert, zoals looproutes, verlichting en de badkamer. Pak daarna stap voor stap de grotere aanpassingen aan.
Is een val altijd de schuld van de woning? Meestal niet. Een val ontstaat vaak door een combinatie van omgeving, lichamelijke factoren en gedrag. Daarom kijk je best naar alle drie: de woning, je gezondheid en je gewoontes.
Wanneer moet ik naar de huisarts? Bespreek een val, duizeligheid, evenwichtsproblemen of twijfels over je medicatie altijd met je huisarts. Ook zonder duidelijk letsel kan een val een signaal zijn dat verder onderzoek nuttig is.
Kan ik zelf hulpmiddelen kopen? Dat kan, maar laat je eerst adviseren. Een verkeerd gekozen of slecht afgesteld hulpmiddel kan het risico vergroten. Een ergotherapeut of kinesist helpt je de juiste keuze te maken.
Verandert de ondersteuning voor aanpassingen? Ja, regels, voorwaarden en bedragen voor hulpmiddelen en woningaanpassingen verschillen per situatie, per ziekenfonds en per jaar. Informeer je altijd vooraf bij je ziekenfonds, het VAPH of het lokale loket.
Welke vervolgstappen passen hierbij?
Wil je eerst weten hoe groot je valrisico is, doe dan een valrisicotest bij ouderen en bespreek het resultaat met je huisarts. Wil je actief aan de slag met je conditie, start dan met oefeningen voor balans en kracht. Merk je dat angst een rol speelt, lees dan Angst om te vallen bespreken.
Twijfel je bij wie je terechtkunt, bekijk dan het verschil tussen valpreventiecoach, kinesitherapeut of ergotherapeut, of start bij een overzicht van valpreventiecoaches in de buurt. Voor woningaanpassingen kan een ergotherapeut meedenken, en voor gerichte beweging een kinesist.
Samenvatting
Het valrisico in huis verklein je door je woning systematisch en kamer per kamer te bekijken, met bijzondere aandacht voor looproutes, verlichting, drempels, de trap en de badkamer. Veel risico's neem je weg met eenvoudige, goedkope ingrepen zoals losse matten weghalen, snoeren wegwerken, een nachtlampje plaatsen en steunpunten voorzien. Grotere aanpassingen zoals beugels of een aangepaste badkamer plan je best met professioneel advies.
Vergeet daarbij het lichaam niet: beweging, kracht, evenwicht, goed zicht en een doordacht medicatiebeleid beschermen minstens even sterk als een veilige inrichting. Bespreek duizeligheid, medicatie en valincidenten met je huisarts, en schakel bij twijfel of na een val een valpreventiecoach, kinesist of ergotherapeut in. Zo blijf je langer veilig en zelfstandig thuis wonen.
Deze pagina is informatief en vervangt geen persoonlijk of medisch advies. Regels, voorwaarden en bedragen voor hulpmiddelen, woningaanpassingen en terugbetaling kunnen veranderen en verschillen per situatie, per ziekenfonds en per jaar. Laat je keuzes steeds bevestigen door je huisarts, een erkende zorgverlener en officiele bronnen zoals het Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen en je ziekenfonds.



