Kennisbank · 8/7/2026

Privacy, dossier en behandelplan

Wat gebeurt er met je gegevens bij psychotherapie in Belgie? Lees hoe privacy, beroepsgeheim, dossier, behandelplan, toestemming en inzage praktisch werken.

Notitieboek en pen op tafel tijdens een rustig gesprek over psychotherapie

Wie met psychotherapie start, vertelt vaak dingen die niet zomaar ergens anders thuishoren: klachten, relaties, werk, gezin, trauma, twijfel, medicatie, verslaving, schaamte of eerdere hulpverlening. Het is dus logisch dat je wil weten wie die informatie ziet, wat er in een dossier komt en hoe een behandelplan wordt gebruikt. Privacy is geen randdetail. Het is een voorwaarde om veilig te kunnen spreken.

In Belgie is psychotherapie geen beschermde titel op zich. De praktijk moet worden aangeboden door of onder verantwoordelijkheid van erkende zorgverleners, zoals een klinisch psycholoog of arts, afhankelijk van de setting. Dat maakt het extra belangrijk om bij de start te vragen wie je begeleidt, onder welk statuut die persoon werkt en hoe je gegevens worden bijgehouden. Meer context over de wettelijke positie vind je in Psychotherapie in Belgie: wie mag het uitvoeren?.

Deze gids legt uit wat je in Vlaanderen praktisch mag verwachten rond beroepsgeheim, dossier, behandelplan, toestemming, inzage en samenwerking met andere hulpverleners. Het is geen juridisch advies en geen diagnose. Het helpt je wel om tijdens een intake gerichte vragen te stellen en om te herkennen wanneer afspraken duidelijk genoeg zijn.

In het kort

Een therapeutisch dossier bevat doorgaans gegevens die nodig zijn om de begeleiding zorgvuldig te organiseren: je hulpvraag, relevante voorgeschiedenis, afspraken, observaties, doelen, evaluaties en soms communicatie met andere zorgverleners. Niet elke losse gedachte uit een gesprek hoort letterlijk in je dossier. Goede dossiervorming is beknopt, professioneel en relevant voor de zorg.

Je therapeut of behandelteam moet je duidelijk informeren over privacy, beroepsgeheim en gegevensdeling. Informatie delen met je huisarts, psychiater, mutualiteit, werkgever, school of familie gebeurt niet zomaar. Meestal is je toestemming nodig, behalve in specifieke situaties waar veiligheid, wettelijke verplichtingen of zorgcontinuiteit een andere afweging vragen.

Een behandelplan is geen star contract. Het is een werkafspraak over doelen, aanpak, frequentie, evaluatiemomenten en grenzen van de begeleiding. Zeker bij langere trajecten is het normaal om dat plan geregeld te herbekijken. Twijfel je over aanpak of richting, dan kan een tweede advies bij psychische behandeling zinvol zijn.

Organico Labs

Waarom privacy in psychotherapie zo belangrijk is

Psychotherapie werkt alleen als je voldoende vrij kunt spreken. Je moet moeilijke onderwerpen kunnen verkennen zonder telkens te denken: wie leest dit later, komt dit bij mijn werkgever terecht, hoort mijn familie dit, of heeft dit gevolgen voor mijn dossier bij een andere dienst? Heldere privacyafspraken verminderen die spanning.

Privacy betekent niet dat je therapeut niets mag noteren of nooit met iemand mag overleggen. Het betekent wel dat gegevensverwerking doelgericht, zorgvuldig en beperkt moet zijn. Wat wordt genoteerd, moet verband houden met de begeleiding. Wat wordt gedeeld, moet een duidelijke reden hebben. En jij moet op een begrijpelijke manier weten wat er met je gegevens gebeurt.

In een kleine privepraktijk ziet dat er anders uit dan in een CGG, ziekenhuis, groepspraktijk of geconventioneerd eerstelijnsnetwerk. In een teamsetting kunnen meerdere betrokken zorgverleners toegang hebben tot informatie die nodig is voor jouw zorg. Vraag dan concreet wie toegang heeft, welke gegevens gedeeld worden en hoe men intern omgaat met overleg.

Privacy is ook belangrijk bij online therapie. Bij video, chat of mail komt er technologie bij: platformen, toestellen, beveiliging, gedeelde computers en notificaties. Als je online werkt, bespreek dan vooraf waar je rustig zit, welk kanaal gebruikt wordt en wat er gebeurt als de verbinding wegvalt. Meer daarover lees je in Online psychotherapie: wanneer passend?.

Beroepsgeheim: wat mag je verwachten?

Zorgverleners in de geestelijke gezondheidszorg werken met beroepsgeheim. Dat betekent dat zij informatie die zij in hun professionele rol vernemen niet zomaar mogen doorgeven. Voor jou is dat de basis om persoonlijke informatie te delen. Voor de therapeut is het een professionele plicht die ook grenzen heeft.

Die grenzen zijn belangrijk. Beroepsgeheim is sterk, maar niet absoluut in elke denkbare situatie. Bij ernstig en acuut gevaar, bij bepaalde wettelijke verplichtingen of bij overleg binnen een zorgteam kan er een andere afweging ontstaan. Een goede therapeut legt dat rustig uit bij de start, zonder dreigend of vaag te worden.

Vraag gerust: "Wat blijft tussen ons, wat komt in mijn dossier en wanneer zou u informatie moeten delen?" Dat is geen teken van wantrouwen. Het is een volwassen vraag. Zeker als je in het verleden slechte ervaringen had met hulpverlening, kan zo een gesprek helpen om opnieuw veiligheid op te bouwen.

Bij minderjarigen is het nog gevoeliger. Ouders of voogden hebben vaak een rol, maar jongeren hebben ook recht op privacy, afhankelijk van leeftijd, maturiteit en situatie. De therapeut moet zorgvuldig balanceren tussen vertrouwelijkheid, ouderlijke betrokkenheid en veiligheid. Maak daarom vanaf het begin afspraken over wat met ouders wordt besproken en wat niet.

Wat staat er in een therapeutisch dossier?

Een therapeutisch dossier is bedoeld om de zorg professioneel te ondersteunen. Het is geen dagboek en geen woordelijk verslag van elke sessie. Meestal bevat het identificatiegegevens, contactgegevens, de hulpvraag, relevante medische of psychosociale voorgeschiedenis, afspraken over begeleiding, sessiedata, belangrijke observaties, doelen, evaluaties en soms brieven of verslagen van andere zorgverleners.

Wat "relevant" is, hangt af van de context. Bij traumatherapie kan informatie over triggers, veiligheid en stabilisatie belangrijk zijn. Bij relatiethema's kan de focus liggen op patronen en communicatie. Bij werkstress kan de therapeut noteren welke factoren op het werk meespelen, zonder dat het dossier een volledig arbeidsdossier wordt. Voor methodes en hulpvragen kun je je ook orienteren via Traumatherapie, schematherapie en EMDR.

Goede notities zijn respectvol geformuleerd. Ze beschrijven professioneel wat nodig is, zonder onnodige etiketten of waardeoordelen. Dat maakt uit, want een dossier kan later relevant worden voor continuiteit van zorg, doorverwijzing, overleg of je eigen inzage. Je mag verwachten dat er zorgvuldig en sober wordt genoteerd.

Sommige therapeuten maken persoonlijke werkaantekeningen naast het formele dossier. Vraag hoe zij daarmee omgaan. Het onderscheid tussen persoonlijke notities en dossierstukken kan juridisch en praktisch gevoelig zijn. Voor jou is vooral belangrijk dat informatie die beslissingen over je zorg ondersteunt, op een correcte manier wordt beheerd.

Wat is een behandelplan?

Een behandelplan beschrijft waarom je in therapie bent, waar je naartoe werkt en hoe je therapeut dat samen met jou wil aanpakken. Het kan heel uitgebreid zijn in een instelling, of korter en praktischer in een zelfstandige praktijk. De kern blijft dezelfde: hulpvraag, doelen, werkwijze, frequentie, evaluatie en afspraken over samenwerking.

Een goed behandelplan begint niet met een label, maar met jouw verhaal en doelen. Wat wil je begrijpen, veranderen, verwerken of beter hanteren? Wat is haalbaar op korte termijn en wat vraagt meer tijd? Welke signalen tonen dat de therapie helpt, en welke signalen tonen dat bijsturing nodig is?

Het plan mag concreet zijn zonder te beloven dat een uitkomst zeker volgt. Psychotherapie is geen garantieproduct. Klachten, draagkracht, context, klik met de therapeut en praktische omstandigheden spelen mee. Een zorgvuldige therapeut spreekt daarom over doelen en evaluatie, niet over gegarandeerde resultaten.

Ook de grenzen horen in het plan. Past deze begeleiding bij je hulpvraag? Is er bijkomende medische, psychiatrische, sociale of intensievere zorg nodig? Als je klachten snel verergeren, als er crisisrisico is of als thuis functioneren moeilijk wordt, kan een ambulant traject alleen onvoldoende zijn. In dat geval is overleg met huisarts, crisisdienst of gespecialiseerde zorg aangewezen.

Toestemming en informatie: wat moet vooraf duidelijk zijn?

Bij de start van psychotherapie hoort duidelijke informatie. Je moet weten wie je begeleidt, welke opleiding en erkenning relevant zijn, hoe afspraken worden gemaakt, wat de kost is, welke annulatieregels gelden, hoe gegevens worden bijgehouden en wat er gebeurt als de therapeut afwezig is. Bij geconventioneerde zorg of terugbetaling kunnen regels verschillen per situatie, ziekenfonds en jaar. Controleer dit altijd bij je ziekenfonds of bij de betrokken zorgverlener.

Toestemming is meer dan een handtekening. Het gaat erom dat je begrijpt waarvoor je kiest. Je mag vragen welke methode wordt voorgesteld, welke alternatieven er zijn en wat de grenzen zijn. Bij twijfel over het statuut van je hulpverlener helpt Psychotherapeut of klinisch psycholoog: het verschil om gerichter te vragen.

Je toestemming kan ook gaan over gegevensdeling. Mag je huisarts een korte update krijgen? Mag een psychiater informatie uitwisselen met je therapeut? Mag je partner bij een sessie aanwezig zijn? Mag er een attest worden opgesteld voor school, werk of mutualiteit? Dat zijn aparte vragen. Zeg dus niet te snel algemeen ja als je eigenlijk alleen toestemming geeft voor een specifiek overleg.

Schriftelijke toestemming is niet altijd verplicht voor elk praktisch contact, maar duidelijke vastlegging voorkomt misverstanden. Zeker bij gevoelige informatie is het verstandig om af te spreken wat gedeeld wordt, met wie, waarom en via welk kanaal.

Dossierinzage: kun je je gegevens bekijken?

Als patient of client heb je rechten rond informatie en inzage in je gezondheidsgegevens. In de praktijk kan de procedure verschillen tussen een privepraktijk, ziekenhuis, CGG of groepspraktijk. Vraag daarom aan je therapeut hoe je inzage kunt vragen en binnen welke termijn men reageert.

Inzage betekent niet altijd dat je elk intern werkdocument meteen op dezelfde manier meekrijgt. Soms wordt informatie eerst toegelicht, zeker als notities vaktaal bevatten of als er gegevens van derden in staan. Toch is het uitgangspunt dat jij op een respectvolle manier toegang moet kunnen krijgen tot relevante informatie over je eigen zorg.

Je kunt ook vragen om feitelijke fouten te corrigeren. Denk aan een verkeerd adres, een foute datum, een verkeerd medicatiegegeven of een onjuiste verwijzing naar een eerdere behandeling. Bij inhoudelijke meningsverschillen ligt het soms anders: de therapeut kan een professionele observatie noteren waar jij het niet mee eens bent. Dan kun je vragen om je bezwaar of nuance te laten toevoegen.

Via digitale gezondheidsdiensten, zoals mijngezondheid.belgie.be, kun je bepaalde gezondheidsgegevens raadplegen. Niet elk psychotherapeutisch dossier staat daar volledig in, en niet elke praktijk werkt op dezelfde manier digitaal. Beschouw zulke portalen dus als een toegangspoort tot bepaalde gegevens, niet als een volledig overzicht van alles wat in elke therapiecontext wordt bijgehouden.

Wie mag informatie krijgen?

Informatie uit psychotherapie gaat niet automatisch naar familie, werkgever, school, mutualiteit of andere hulpverleners. Meestal is daar een duidelijke reden en toestemming voor nodig. Het is verstandig om dit heel praktisch te bespreken: wie mag bellen of mailen, over welke onderwerpen, en wat zeg je liever zelf?

Met je huisarts kan overleg nuttig zijn, zeker als er medicatie, lichamelijke klachten, werkonbekwaamheid of bredere zorgvragen spelen. Een huisarts met een Globaal Medisch Dossier kan een belangrijke spil zijn in je zorg, maar ook dan hoort overleg zorgvuldig te gebeuren. Lees ook Heb je een verwijzing nodig voor psychotherapie? als je wil weten wanneer contact met de huisarts nuttig kan zijn.

Bij samenwerking met een psychiater, klinisch psycholoog, CGG of ziekenhuisteam kan informatie gedeeld worden voor zorgcontinuiteit. Dat betekent niet dat iedereen alles moet weten. Vaak volstaat een beknopte samenvatting: hulpvraag, actuele risico's, medicatiecontext, behandelrichting en afspraken.

Met werkgevers is extra voorzichtigheid nodig. Een werkgever heeft geen recht op inhoudelijke therapie-informatie. Soms is een attest nodig over aanwezigheid of arbeidsongeschiktheid, maar inhoudelijke details over gesprekken horen daar doorgaans niet in. Bespreek vooraf wat op een attest komt en wat niet.

Partner, gezin of familie betrekken

Het kan helpend zijn om een partner, ouder, kind of andere naaste bij therapie te betrekken. Dat kan steun geven, patronen verduidelijken en afspraken thuis makkelijker maken. Maar betrokkenheid van familie betekent niet dat je privacy verdwijnt.

Maak vooraf afspraken. Komt iemand mee voor een enkele sessie of wordt het een gedeeld traject? Wat mag de therapeut vertellen als een familielid apart belt? Wat gebeurt er als jij iets deelt dat je partner nog niet weet? En hoe worden notities gemaakt wanneer meerdere mensen in de kamer zitten?

Bij relatiethema's of gezinsthema's kan het dossier anders aanvoelen, omdat meerdere perspectieven tegelijk bestaan. Een therapeut moet dan zorgvuldig formuleren en duidelijk zijn over wie de client is: jij alleen, het koppel, het gezin of een kind. Dat bepaalt mee hoe informatie wordt behandeld.

Soms wil familie "even doorgeven hoe het echt zit". Dat kan nuttige context geven, maar het mag de therapie niet achter je rug om sturen. Vraag je therapeut hoe die omgaat met informatie van derden. Transparantie is belangrijk om vertrouwen te behouden.

Attesten, verslagen en brieven

Veel mensen vragen tijdens therapie om een attest of verslag voor werk, school, mutualiteit, advocaat, verzekering, opleiding of een andere dienst. Wees daar voorzichtig mee. Een attest kan praktische waarde hebben, maar het kan ook gevoelige informatie verspreiden buiten de therapeutische context.

Vraag altijd wat precies nodig is. Soms volstaat een aanwezigheidsattest zonder inhoudelijke details. Soms is een korte zorgsamenvatting nodig voor een andere behandelaar. Soms vraagt een externe partij meer informatie dan noodzakelijk is. Je therapeut mag helpen afwegen wat passend is, maar moet ook professioneel blijven en geen uitspraken doen die buiten zijn of haar opdracht vallen.

Een therapeutisch verslag is niet hetzelfde als een expertiseverslag. Een behandelaar is er in de eerste plaats voor zorg, niet om een neutrale juridische of arbeidskundige beoordeling te maken. Als een instantie een expertise vraagt, hoort dat via de juiste procedure en bevoegde deskundigen te lopen.

Lees een verslag bij voorkeur zelf voordat het wordt doorgestuurd, tenzij er een dringende of specifieke reden is om dat anders te organiseren. Zo weet je welke informatie vertrekt en kun je feitelijke fouten tijdig signaleren.

Privacy bij terugbetaling en geconventioneerde zorg

Psychotherapie en psychologische zorg kunnen in bepaalde situaties verbonden zijn met terugbetaling, remgeld of een conventie. Regels, voorwaarden en bedragen kunnen verschillen per situatie, zorgnetwerk, ziekenfonds en jaar. Daarom is het belangrijk om actuele informatie bij je ziekenfonds, de zorgverlener of het RIZIV te controleren. Een overzichtelijk vertrekpunt vind je in Psychotherapie: terugbetaling en remgeld in 2026.

Voor privacy is vooral belangrijk welke gegevens nodig zijn om zorg administratief correct te registreren. Administratieve verwerking betekent niet dat de inhoud van elke sessie naar je ziekenfonds gaat. Toch kunnen bepaalde gegevens nodig zijn, zoals identiteit, type prestatie, datum, betrokken zorgverlener of regeling. Vraag welke informatie wordt geregistreerd en wie die kan zien.

Bij geconventioneerde eerstelijnspsychologische zorg of andere netwerken kunnen er afspraken zijn over registratie, kwaliteitsopvolging en samenwerking. Dat hoort vooraf duidelijk te zijn. Als je dit ongemakkelijk vindt, bespreek het dan meteen. Een goede hulpverlener kan uitleggen wat verplicht is, wat optioneel is en wat niet wordt gedeeld.

Let ook op aanvullende voordelen van mutualiteiten. Die kunnen voorwaarden hebben rond type zorgverlener, bewijsstukken of aantal sessies. Stuur nooit meer inhoudelijke informatie mee dan nodig is. Vraag bij twijfel aan je ziekenfonds welk document volstaat.

Digitale communicatie en online veiligheid

Mail, sms, videoconsulten en online agenda's maken zorg toegankelijker, maar ze vragen duidelijke afspraken. Welke berichten zijn geschikt voor mail? Mag je inhoudelijke crisissignalen via sms sturen? Hoe snel mag je antwoord verwachten? Wat gebeurt er buiten kantooruren? Zonder afspraken kan digitale communicatie valse veiligheid geven.

Gebruik bij voorkeur kanalen die de praktijk zelf als veilig aangeeft. Deel geen zeer gevoelige informatie via een algemeen contactformulier als dat niet nodig is. Let ook op je eigen toestel: gedeelde laptop, gezinsmailbox, meldingen op je scherm of automatische cloudopslag kunnen privacy lekken buiten de praktijk om.

Bij online therapie hoort ook een rustige fysieke plek. Als iemand in de kamer kan meeluisteren, is je privacy beperkt, zelfs als het platform technisch beveiligd is. Gebruik oortjes, kies een afgesloten ruimte en spreek af wat je doet als iemand binnenkomt.

Vraag of sessies worden opgenomen. In normale psychotherapie gebeurt dat niet zonder expliciete afspraak. Als opname wordt voorgesteld voor supervisie, opleiding of kwaliteitsdoel, moet helder zijn waarom, wie de opname ziet, hoelang ze wordt bewaard en hoe je toestemming kunt weigeren of intrekken.

Bewaartermijn en stopzetten van therapie

Een dossier wordt niet zomaar meteen vernietigd wanneer therapie stopt. Zorgverleners hebben bewaarplichten en professionele verantwoordelijkheden. De exacte termijn en praktische uitvoering kunnen afhangen van de setting en het soort zorgverlener. Vraag bij afronding wat er met je dossier gebeurt en hoe je later contact kunt opnemen als je gegevens nodig hebt.

Bij het einde van therapie is een korte afrondingsnotitie vaak nuttig. Wat was de hulpvraag, wat is besproken, welke doelen zijn bereikt of bijgestuurd, en welke aandachtspunten blijven bestaan? Zo een samenvatting kan later helpen als je opnieuw hulp zoekt, zonder dat je alles vanaf nul hoeft te vertellen.

Als je overstapt naar een andere therapeut, kun je vragen om relevante informatie door te geven. Doe dat selectief. Soms is een korte overdracht genoeg. Soms wil je liever zelf vertellen en niets laten doorsturen. Beide kunnen passend zijn, afhankelijk van je situatie.

Stoppen met therapie betekent ook dat je afspraken rond contact herbekijkt. Mag je later nog mailen? Is er een terugvalplan? Wie contacteer je bij crisis? Zeker wanneer klachten nog kwetsbaar zijn, is een duidelijk vervolgplan belangrijker dan een perfect afgerond dossier.

Rode vlaggen rond privacy en dossier

Wees voorzichtig als een therapeut vaag blijft over zijn of haar statuut, geen duidelijke informatie geeft over dossiervorming of lacherig doet over privacyvragen. Je hoeft geen juridische uitleg van twintig pagina's te krijgen, maar je moet wel begrijpelijke antwoorden krijgen.

Een andere rode vlag is druk om brede toestemmingen te geven zonder uitleg. Bijvoorbeeld: "We delen wat nodig is met iedereen die betrokken is", zonder te zeggen wie dat is. Vraag dan om specificatie. Met wie, waarom, welke gegevens en voor hoelang?

Ook slordige communicatie is een signaal. Denk aan onbeveiligde groepsmails met zichtbare adressen, inhoudelijke berichten via kanalen die daar niet voor bedoeld zijn, of attesten met meer details dan nodig. Een enkele vergissing kan gebeuren, maar structurele slordigheid ondermijnt vertrouwen.

Tot slot: wantrouw absolute beloftes. "Alles blijft altijd geheim, wat er ook gebeurt" is te simpel. "Ik vertel alles aan je huisarts of partner als ik dat nuttig vind" is dan weer te breed. Professionele uitleg zit meestal tussen die twee in: sterk beroepsgeheim, duidelijke uitzonderingen en overleg waar mogelijk.

Praktische vragen voor je eerste gesprek

Neem je vragen gerust mee naar de intake. Dat helpt om het gesprek concreet te maken. Een goede start gaat niet alleen over klachten, maar ook over hoe jullie samenwerken. Voor bredere voorbereiding kun je Een eerste intake psychotherapie voorbereiden gebruiken.

Vraag wie je begeleidt en onder welke erkenning of verantwoordelijkheid. Vraag wat er in je dossier komt en wie toegang heeft. Vraag hoe je inzage kunt krijgen als je dat later wil. Vraag welke informatie met huisarts, psychiater, CGG, ziekenfonds, partner of familie gedeeld kan worden, en wanneer daarvoor toestemming wordt gevraagd.

Vraag ook hoe het behandelplan eruitziet. Worden doelen schriftelijk vastgelegd? Hoe vaak evalueren jullie? Wat als je geen vooruitgang merkt? Wat als je een sessie wil opnemen om thuis iets te herbeluisteren? Wat als je tijdelijk online wil werken? Zulke vragen maken afspraken helder voordat er spanning ontstaat.

Als je al een zwaar hulpverleningsverleden hebt, zeg dat dan. Niet om alles meteen uit te leggen, maar om duidelijk te maken dat privacy en controle voor jou gevoelig liggen. De therapeut kan dan tempo, uitleg en toestemming zorgvuldiger afstemmen.

Welke vervolgstappen passen hierbij?

Wil je eerst zeker weten bij wie je terechtkomt, lees dan Psychotherapie in Belgie: wie mag het uitvoeren? en Psychotherapeut of klinisch psycholoog: het verschil. Gaat je vraag vooral over kosten, bekijk dan Psychotherapie: terugbetaling en remgeld in 2026.

Zoek je hulp in je regio, start dan bij psychotherapeut in de buurt. Twijfel je of je beter bij een erkend klinisch psycholoog start, bekijk dan ook psycholoog in de buurt. Speelt aandacht, planning of dagelijks functioneren mee naast therapie, dan kan ADHD-coaching soms aanvullend zijn, zolang de grenzen tussen coaching en erkende zorg duidelijk blijven.

Bij wachttijd of twijfel over passende zorg kan Wachttijd psychotherapie: wat kun je doen? helpen om de tussenperiode veilig te overbruggen. Als je al bezig bent en het behandelplan wringt, bespreek dat eerst met je therapeut en overweeg daarna een tweede advies.

Samenvatting

Privacy, dossier en behandelplan zijn geen administratie aan de rand van psychotherapie. Ze bepalen of je veilig kunt spreken, of zorg zorgvuldig wordt opgevolgd en of samenwerking met andere hulpverleners helder verloopt. Je mag vragen wat wordt genoteerd, wie toegang heeft, hoe inzage werkt en wanneer informatie gedeeld wordt.

Een therapeutisch dossier hoort relevant, respectvol en beperkt te zijn. Een behandelplan hoort begrijpelijk te maken welke doelen, werkwijze, frequentie en evaluatiemomenten jullie afspreken. Toestemming voor gegevensdeling moet concreet zijn: met wie, waarom, welke informatie en via welk kanaal.

In Belgie verschilt de praktijk tussen zelfstandige praktijken, CGG, ziekenhuizen, groepspraktijken en geconventioneerde zorg. Regels en administratieve voorwaarden rond terugbetaling, remgeld en registratie kunnen verschillen per situatie, ziekenfonds en jaar. Controleer daarom altijd de actuele voorwaarden bij je zorgverlener, ziekenfonds of officiele bron.

Deze pagina is informatief en vervangt geen persoonlijk medisch, psychologisch of juridisch advies. Bij dringende psychische nood, crisis of gevaar neem je contact op met je huisarts, de wachtdienst, een crisisdienst of de hulpdiensten. Voor vragen over je eigen dossier, behandelplan of gegevensdeling bespreek je je situatie met je betrokken zorgverlener.