Kennisbank · 8/7/2026

Plasma doneren versus bloed doneren

Plasma doneren en bloed doneren helpen allebei patienten, maar de afname, duur, herstel, frequentie en locaties verschillen. Deze gids legt het helder uit voor Vlaanderen.

Donor in een Rode Kruis-donorcentrum tijdens een bloed- of plasmadonatie

Wie donor wil worden bij Rode Kruis-Vlaanderen krijgt vaak dezelfde eerste vraag: geef ik best bloed of plasma? Beide vormen zijn waardevol, vrijwillig en onbezoldigd. Toch voelen ze voor de donor anders aan. Bij bloed doneren geef je volbloed, dat nadien in verschillende bestanddelen kan worden verwerkt. Bij plasma doneren wordt alleen het vloeibare deel van je bloed afgenomen, terwijl je bloedcellen tijdens dezelfde afname terugkrijgt.

Dat verschil heeft praktische gevolgen. Een bloeddonatie zelf duurt kort, maar je lichaam heeft meer tijd nodig om de rode bloedcellen opnieuw aan te vullen. Een plasmadonatie duurt langer aan de stoel, maar je herstelt meestal sneller omdat je bloedcellen terugkeren. Ook de plaatsen waar je kan doneren verschillen: bloed kan op mobiele inzamelingen en in donorcentra, plasma vraagt een toestel en gebeurt daarom in vaste donorcentra.

Deze gids vergelijkt plasma doneren en bloed doneren in de Vlaamse context. Je leest wat je precies geeft, hoe de afname verloopt, hoe vaak het kan, wat het betekent voor je planning en welke keuze logisch kan zijn als je voor het eerst doneert. Voor de concrete medische toelating blijft de donorzelftest en de beoordeling door het Rode Kruis-team altijd doorslaggevend.

In het kort

Plasma en bloed zijn geen concurrenten. Ze vullen elkaar aan. Bloed is vooral bekend omdat rode bloedcellen nodig kunnen zijn bij bloedverlies, bloedarmoede, operaties en ernstige ongevallen. Plasma is het vloeibare deel van het bloed en bevat onder meer eiwitten en stollingsfactoren. Het kan rechtstreeks nodig zijn bij bepaalde medische situaties en wordt ook gebruikt voor de aanmaak van geneesmiddelen op basis van plasma.

Voor jou als donor zit het verschil vooral in de afname. Bij een bloeddonatie wordt een zak volbloed afgenomen. De eigenlijke afname duurt meestal maar enkele minuten, al ben je voor registratie, vragenlijst, controle en rust samen ongeveer een uur bezig. Bij een plasmadonatie loopt je bloed door een toestel dat plasma apart houdt en je bloedcellen teruggeeft. De afname zelf duurt langer, vaak rond een half uur tot drie kwartier, en het hele bezoek neemt iets meer dan een uur in beslag.

Omdat plasma anders wordt afgenomen, kan je het vaker geven dan bloed. Rode Kruis-Vlaanderen vermeldt dat plasma om de 14 dagen kan, terwijl bloed tot 4 keer per jaar kan met minstens 60 dagen tussen twee bloeddonaties. Combineer je donaties, dan gelden er extra wachttijden en maxima. Een helder overzicht daarvan vind je ook in Hoe vaak mag je plasma doneren?.

Organico Labs

Wat geef je bij een bloeddonatie?

Bij een gewone bloeddonatie geef je volbloed. Dat betekent dat de donatie rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en plasma bevat. Na de afname wordt het bloed niet zomaar als een geheel gebruikt. Het wordt verwerkt en getest, zodat de bestanddelen op een veilige en gerichte manier naar patienten kunnen gaan.

Voor veel mensen is bloed doneren de meest herkenbare vorm van doneren. De mobiele bloedinzameling in een gemeente, school, bedrijf of sporthal maakt het laagdrempelig: je ziet een oproep, boekt een afspraak en gaat naar een locatie in de buurt. Ook in vaste donorcentra kan je bloed geven. Die brede spreiding is een belangrijk voordeel als je minder makkelijk naar een stad of centrum geraakt.

De donatie zelf is kort. Je meldt je aan, je identiteit wordt gecontroleerd, je vult een medische vragenlijst in en er volgt een donorcontrole. Pas daarna start de afname. Omdat er volbloed wordt afgenomen, verliest je lichaam tijdelijk ook rode bloedcellen. Dat is normaal binnen de veilige donatiegrenzen, maar het verklaart waarom er minstens 60 dagen tussen twee bloeddonaties moeten zitten.

Bloeddonatie past vaak bij mensen die af en toe willen helpen en graag dicht bij huis doneren. Het vraagt minder tijd aan de stoel dan plasma, maar het kan minder vaak. Wie graag regelmatig doneert, of wie merkt dat de planning van mobiele inzamelingen niet goed uitkomt, kan daarom ook naar plasma kijken.

Wat geef je bij een plasmadonatie?

Plasma is het gele, vloeibare deel van je bloed. Het bestaat grotendeels uit water, maar bevat ook belangrijke opgeloste stoffen zoals eiwitten, zouten, hormonen en andere bestanddelen. Bij plasma doneren geeft je lichaam niet hetzelfde pakket af als bij bloed doneren. Het toestel haalt het plasma uit je bloed en geeft de bloedcellen terug via dezelfde afname.

Dat maakt de ervaring anders. Je ligt of zit langer aan het toestel, en de afname verloopt in cycli: bloed wordt naar het toestel geleid, plasma wordt gescheiden en de cellen keren terug. Voor de donor is dat goed merkbaar, maar het is een routineproces in de donorcentra. Het Rode Kruis-team volgt je tijdens de afname op.

Omdat je rode bloedcellen terugkrijgt, mag plasma vaker worden gegeven dan volbloed. Dat betekent niet dat iedereen zomaar elke twee weken kan of moet doneren. Je gezondheid, je vorige donaties, eventuele reizen, medicatie, ingrepen, ziekteklachten en andere factoren blijven meetellen. Wie twijfelt, leest best eerst Plasma doneren: voorwaarden en veiligheid en gebruikt de donorzelftest voor de afspraak.

Plasmadonatie is vooral geschikt voor donoren die wat meer tijd kunnen vrijmaken en een donorcentrum praktisch kunnen bereiken. Het is ook interessant voor mensen die graag vaker op vaste momenten doneren. De keerzijde is dat plasma niet op elke mobiele bloedinzameling kan, net omdat er speciaal materiaal nodig is.

Het grootste verschil: wat blijft bij jou en wat gaat naar de patient?

Het kernverschil is eenvoudig: bij bloed doneren geef je alle bloedbestanddelen samen af, bij plasma doneren geef je vooral het vloeibare deel af en krijg je de cellen terug. Dat klinkt technisch, maar het helpt om de praktische verschillen te begrijpen.

Rode bloedcellen vervoeren zuurstof. Als je volbloed doneert, heeft je lichaam tijd nodig om die cellen opnieuw aan te maken. Daarom is de pauze tussen bloeddonaties langer. Bij plasma doneren verlies je vocht en plasma-eiwitten, maar de bloedcellen keren terug. Je lichaam vult het plasmavolume doorgaans sneller aan dan rode bloedcellen. Daarom is de toegelaten frequentie hoger.

Voor de patient verschilt het gebruik ook. Rode bloedcellen uit bloeddonaties kunnen nodig zijn wanneer iemand bloed verliest of wanneer het lichaam onvoldoende rode bloedcellen heeft. Plasma kan nodig zijn bij stollingsproblemen, bepaalde bloedziekten, ernstig bloedverlies en bij de productie van geneesmiddelen. Een donor hoeft niet zelf te kiezen welke patient geholpen wordt. Het Rode Kruis verzamelt, test en verwerkt de donaties volgens medische noden.

Dat betekent ook dat de "beste" donatie niet voor iedereen dezelfde is. Soms is er veel vraag naar bloedgroepen voor bloed, soms is plasma extra belangrijk. Wie al donor is, kan in het donorportaal en via oproepen zien wat gevraagd wordt. Wie nieuw is, kan starten bij de vorm die praktisch haalbaar is en medisch mag.

Afname en tijd: korter aan de naald of vaker op afspraak?

Een bloeddonatie is meestal de kortste afname. De voorbereiding neemt tijd, maar het vullen van de bloedzak duurt beperkt. Daardoor voelt bloed geven voor veel mensen als een compacte afspraak: je komt binnen, doorloopt de controles, geeft bloed, rust even en gaat weer naar huis.

Een plasmadonatie vraagt meer tijd aan de stoel. De machine scheidt plasma van de andere bloedbestanddelen, en dat proces gaat niet in een paar minuten. Voor wie graag snel weer weg is, kan dat een nadeel lijken. Voor wie net rustig een vast donatiemoment wil inbouwen, is het vaak goed te plannen. Sommige donoren lezen, luisteren naar muziek of rusten gewoon tijdens de afname.

De totale tijdsinvestering hangt ook af van het moment, de locatie en je eigen situatie. De eerste keer kan langer voelen omdat registratie, uitleg en vragen nieuw zijn. Wie zijn eerste afspraak voorbereidt, vindt praktische aandachtspunten in Je eerste plasmadonatie voorbereiden. Veel daarvan geldt ook voor bloed geven: op tijd komen, goed eten, voldoende drinken, je identiteitskaart meenemen en eerlijk antwoorden op de medische vragen.

De beste keuze is dus niet alleen medisch, maar ook praktisch. Kan je moeilijk meer dan een uur vrijmaken? Dan past bloed misschien beter. Kan je makkelijk naar een donorcentrum en wil je vaker helpen? Dan kan plasma een logische optie zijn.

Locatie: mobiele inzameling versus donorcentrum

De plaats van donatie is een van de duidelijkste verschillen in Vlaanderen. Bloed kan op mobiele inzamelingen en in donorcentra. Dat maakt het aanbod geografisch breed. In veel gemeenten komt er op vaste momenten een bloedinzameling langs. Voor mensen zonder auto, met weinig tijd of met een druk gezin kan dat het verschil maken tussen wel en niet doneren.

Plasma doneren kan alleen waar het juiste toestel en de juiste omkadering aanwezig zijn. In de praktijk betekent dat: vaste donorcentra van Rode Kruis-Vlaanderen. Daardoor moet je soms verder rijden of een ander vervoersplan maken. Sommige lokale afdelingen organiseren plasmaritten, maar dat verschilt per regio en moment.

Kies je tussen bloed en plasma, kijk dan eerst naar bereikbaarheid. Een ideale donatie die je nooit ingepland krijgt, helpt niemand. Zoek daarom een locatie die je realistisch kan volhouden. Een overzicht en tips om praktisch te kiezen staan in Een donatielocatie van het Rode Kruis kiezen. Starten kan ook via de categoriepagina plasma doneren.

Wie dicht bij een donorcentrum woont of werkt, heeft vaak meer keuze. Je kan dan bloed, plasma of soms bloedplaatjes overwegen, afhankelijk van je geschiktheid en de vraag. Wie vooral afhankelijk is van mobiele inzamelingen, zal vaker bij bloed uitkomen.

Hoe vaak mag je doneren?

Frequentie is belangrijk, maar ze mag geen prestatiedoel worden. Doneren blijft vrijwillig en moet passen binnen je gezondheid. Rode Kruis-Vlaanderen hanteert duidelijke wachttijden. Bloed kan tot 4 keer per jaar, met minstens 60 dagen tussen twee bloeddonaties. Plasma kan om de 14 dagen. Na een bloeddonatie moet je minstens 28 dagen wachten voor plasma, en bij combinaties gelden nog andere regels.

Het praktische gevolg is duidelijk: wie alleen bloed geeft, doneert meestal enkele keren per jaar. Wie plasma geeft, kan veel regelmatiger terugkomen. Dat maakt plasma aantrekkelijk voor mensen die structureel willen bijdragen. Tegelijk is vaker kunnen doneren niet hetzelfde als vaker moeten doneren. Vermoeidheid, werkdruk, sport, reizen of een drukke periode kunnen goede redenen zijn om trager te plannen.

Hou bij combinaties goed overzicht. Een donor die soms bloed en soms plasma geeft, moet rekening houden met de wachttijden na elke donatie. Het donorportaal helpt daarbij, maar je kan ook altijd navragen vanaf wanneer je opnieuw mag komen. Twijfel je door medicatie, reis, ziekte of vaccinatie, lees dan Medicatie, reizen en gezondheid bij donatie en check het vooraf.

Een gezonde donatieplanning voelt rustig. Ze past rond werk, gezin, herstel en vervoer. Ze zet je niet onder druk om net op de vroegst mogelijke datum opnieuw te komen.

Herstel na plasma en na bloed

Na elke donatie blijf je best even zitten, drink je iets en luister je naar je lichaam. Toch verschilt het herstelgevoel vaak. Na bloed doneren mist je lichaam tijdelijk rode bloedcellen en ijzer. De meeste donoren voelen zich prima, maar sommigen merken wat vermoeidheid of duizeligheid, zeker als ze te weinig hebben gegeten of gedronken.

Na plasma doneren krijg je de bloedcellen terug, waardoor het herstel anders verloopt. Je verliest wel vocht en plasma-eiwitten. Voldoende drinken voor en na de donatie blijft dus belangrijk. Ook bij plasma kan je je licht in het hoofd voelen, een blauwe plek krijgen of wat ongemak aan de arm merken. Dat betekent niet automatisch dat er iets mis is, maar klachten moeten ernstig genomen worden.

De algemene adviezen blijven nuchter: kom niet nuchter naar een donatie, vermijd een zware vette maaltijd vlak vooraf, drink voldoende water en plan geen zware inspanning onmiddellijk nadien. Sport je intensief of heb je fysiek zwaar werk, kies dan je donatiemoment verstandig. Bij klachten die aanhouden of verergeren, contacteer je het Rode Kruis of een arts.

Meer over normale en minder normale reacties staat in Bijwerkingen na een plasmadonatie: wat is normaal?. Die informatie helpt ook bloeddonoren, al kunnen de accenten verschillen.

Geschiktheid: dezelfde basis, andere details

Voor bloed en plasma geldt dezelfde basisgedachte: donor en ontvanger moeten beschermd worden. Daarom vul je een vragenlijst in, wordt je identiteit gecontroleerd en beoordeelt het team of je op dat moment mag doneren. Eerlijk antwoorden is essentieel. Het gaat niet om een examen dat je moet "halen", maar om veiligheid.

Sommige redenen voor tijdelijk uitstel gelden voor zowel bloed als plasma. Denk aan ziekteklachten, bepaalde reizen, ingrepen, nieuwe medicatie of situaties met een verhoogd risico op overdraagbare infecties. Andere details kunnen verschillen naargelang het type donatie, je donatiegeschiedenis en de actuele richtlijnen.

Wie niet mag doneren, is niet minder behulpzaam of minder gezond. Soms is uitstel tijdelijk, soms is donatie om medische redenen geen goed idee. De regels bestaan om de donor niet te schaden en om patienten zo veilig mogelijk bloedproducten te geven. Een overzicht van situaties waarin je niet mag doneren vind je in Wie mag geen plasma doneren?.

Belangrijk: gebruik online informatie als voorbereiding, niet als definitieve toelating. De donorzelftest en de beoordeling op de donatieplaats blijven bepalend. Regels kunnen wijzigen, en je persoonlijke situatie telt mee.

Vrijwillig, onbezoldigd en anders dan commerciele plasma-afname

In Vlaanderen werkt Rode Kruis-Vlaanderen met vrijwillige, onbezoldigde donatie. Je doneert omdat je wil helpen, niet omdat je een inkomen uit donatie haalt. Er kunnen attenties of praktische dankvormen zijn, maar de basis blijft solidariteit en veiligheid.

Dat onderscheid is belangrijk omdat plasma internationaal ook commercieel wordt ingezameld. In sommige landen betalen private centra mensen voor plasma. Die context kan verwarrend zijn als je online informatie leest, want buitenlandse artikels gebruiken vaak andere regels, andere bedragen en andere verwachtingen. Voor een Vlaamse donor is de werking van Rode Kruis-Vlaanderen het relevante kader.

Vrijwillig en onbezoldigd betekent ook dat je geen belofte hoeft te maken om heel vaak te komen. Een donor die een paar keer per jaar bloed geeft, helpt. Een donor die regelmatig plasma geeft, helpt ook. De juiste keuze is degene die medisch kan, praktisch haalbaar is en voor jou goed blijft voelen. Meer achtergrond vind je in Plasma doneren in Belgie: vrijwillig en onbezoldigd.

Wees voorzichtig met online claims die donatie voorstellen als snelle bijverdienste of als een manier om geld te verdienen. Dat past niet bij het Vlaamse Rode Kruis-model.

Wanneer kies je eerder voor bloed doneren?

Bloed doneren is vaak de logische keuze als je dichtbij een mobiele inzameling hebt, weinig tijd kan vrijmaken of eerst laagdrempelig wil kennismaken met doneren. De eigenlijke afname is kort en het proces is voor veel mensen herkenbaar. Ook als je donorcentrum moeilijk bereikbaar is, kan bloed doneren praktischer zijn.

Bloed kan ook goed passen als je maar enkele keren per jaar wil doneren. Niet iedereen wil of kan een maandelijkse of tweewekelijkse routine inbouwen. Een paar goed geplande bloeddonaties per jaar zijn nog altijd waardevol. Het hoeft geen alles-of-nietsverhaal te worden.

Let wel op herstel en planning. Sport je intensief, doe je zwaar lichamelijk werk of heb je snel last van duizeligheid, plan je bloeddonatie dan niet vlak voor een belangrijke fysieke prestatie. Bespreek twijfel op de donatieplaats. Het Rode Kruis-team kan geen persoonlijke sportplanning voor je maken, maar kan wel aangeven wat algemene donatieadviezen zijn.

Wie na een eerste bloeddonatie merkt dat hij vaker wil helpen, kan later plasma overwegen. Je hoeft die keuze niet op dag een definitief te maken.

Wanneer kies je eerder voor plasma doneren?

Plasma doneren past vaak bij mensen die dicht bij een donorcentrum wonen of werken, iets meer tijd kunnen voorzien en graag regelmatiger doneren. Omdat plasma vaker kan dan bloed, kan het een vaste gewoonte worden: bijvoorbeeld rond werkuren, tijdens een vrije voormiddag of op een terugkerend moment in de agenda.

Het kan ook aantrekkelijk zijn als je bloedgroep of de actuele nood plasma extra interessant maakt. Dat betekent niet dat je zelf moet inschatten welke patient jouw plasma nodig heeft. Het Rode Kruis kan gericht oproepen en het donorportaal helpt om afspraken te plannen. Als je twijfelt tussen bloed en plasma, kan je bij het centrum vragen welke donatie op dat moment zinvol is voor jou en voor de voorraad.

Plasma vraagt wel comfort met een langere afname en met het toestel dat bloedbestanddelen scheidt. Sommige mensen vinden dat meteen prima, anderen moeten eraan wennen. Geef jezelf ruimte om na de eerste keer te evalueren. Voelde het goed? Was de locatie haalbaar? Had je nadien voldoende energie? Dan kan plasma een passende routine worden.

Voor wie eerst wil begrijpen waarvoor plasma wordt ingezet, is Waarvoor wordt plasma gebruikt? een logische vervolgstap.

Kan je bloed en plasma combineren?

Ja, combineren kan in bepaalde situaties, maar niet vrij door elkaar. Na elke donatie gelden wachttijden. Na een bloeddonatie moet je wachten voor je plasma kan geven, en na plasma moet je ook wachten voor een nieuwe bloeddonatie. Daarnaast geldt er een maximum voor het totale aantal donaties per jaar wanneer je verschillende vormen combineert.

In de praktijk is combineren vooral iets voor donoren die al wat ervaring hebben. Je leert hoe je lichaam reageert, hoe je agenda eruitziet en welke locaties haalbaar zijn. Daarna kan je samen met de informatie in het donorportaal beslissen of je soms bloed en soms plasma geeft.

Maak combineren niet nodeloos ingewikkeld. Als je graag duidelijkheid hebt, kies dan eerst een vaste vorm. Geef bijvoorbeeld bloed wanneer de mobiele inzameling in je buurt komt, of plasma wanneer je donorcentrum goed bereikbaar is. Later kan je nog bijsturen.

Als je combineert, noteer dan niet alleen de datum van je laatste donatie, maar ook wat je hebt gegeven. Dat voorkomt verwarring. Het donorportaal toont je donatiegeschiedenis en wanneer je opnieuw in aanmerking kan komen.

Veelgemaakte misverstanden

Een eerste misverstand is dat plasma "minder echt" zou zijn dan bloed. Dat klopt niet. Plasma is een essentieel bloedbestanddeel en kan voor patienten levensbelangrijk zijn. Het feit dat je bloedcellen terugkrijgt, maakt de donatie niet minder waardevol.

Een tweede misverstand is dat bloed altijd dringender zou zijn dan plasma. De noden verschillen per periode, voorraad, bloedgroep en medische vraag. Soms is er een brede oproep voor bloed, soms krijgt plasma extra aandacht. Laat je daarom leiden door officiele oproepen en door wat je zelf veilig en haalbaar kan doen.

Een derde misverstand is dat vaker doneren automatisch beter is. Doneren is geen wedstrijd. Wie plasma om de 14 dagen mag geven, hoeft dat niet voortdurend te doen. Regelmaat is mooi, maar je gezondheid en herstel staan voorop.

Een vierde misverstand komt uit buitenlandse informatie: dat plasma doneren vooral om geld zou draaien. In Vlaanderen gaat het bij Rode Kruis-Vlaanderen om vrijwillige en onbezoldigde donatie. Zoek daarom altijd Belgische informatie als je beslist.

Stappenplan: zo kies je tussen plasma en bloed

Stap 1: kijk naar bereikbaarheid. Is er een mobiele bloedinzameling vlakbij, of ligt er een donorcentrum op je route? De beste keuze begint bij een afspraak die je echt kan nakomen.

Stap 2: kijk naar tijd. Wil je een kortere afname en enkele donaties per jaar, dan ligt bloed voor de hand. Kan je langer blijven en wil je mogelijk vaker doneren, dan is plasma het bekijken waard.

Stap 3: check je geschiktheid. Gebruik de donorzelftest, lees de voorbereiding en beantwoord de vragenlijst eerlijk. Je kan pas doneren wanneer het Rode Kruis-team je op dat moment geschikt vindt.

Stap 4: denk aan herstel. Plan geen zware sport, lange rit of fysiek zware dag vlak na een eerste donatie. Leer eerst hoe je lichaam reageert.

Stap 5: evalueer na je eerste ervaring. Was de locatie haalbaar, voelde de afname goed en paste het in je week? Dan kan je de volgende afspraak bewuster kiezen.

Veelgestelde vragen

Is plasma doneren beter dan bloed doneren? Nee. Het zijn verschillende donaties voor verschillende noden. De beste keuze is wat medisch mag, praktisch haalbaar is en aansluit bij de actuele vraag.

Duurt plasma doneren langer? Ja, meestal wel. De plasma-afname zelf duurt langer dan de bloedafname, omdat een toestel plasma scheidt en de bloedcellen teruggeeft.

Herstel je sneller van plasma dan van bloed? Vaak wel, omdat je rode bloedcellen terugkrijgt. Toch kan ook plasma doneren vermoeiend aanvoelen. Voldoende drinken, eten en rust blijven belangrijk.

Kan ik mijn eerste keer meteen plasma geven? Dat kan alleen als je volgens de actuele criteria in aanmerking komt en een donorcentrum beschikbaar is. Gebruik de donorzelftest en volg de beoordeling ter plaatse.

Mag ik wisselen tussen bloed en plasma? Dat kan soms, maar er gelden wachttijden en jaarmaxima. Controleer altijd wanneer je opnieuw mag doneren.

Welke vervolgstappen passen hierbij?

Wil je vooral weten of je mag doneren, start dan met Plasma doneren: voorwaarden en veiligheid. Twijfel je door gezondheid, medicatie of reizen, lees dan Medicatie, reizen en gezondheid bij donatie. Ga je voor het eerst, dan helpt Je eerste plasmadonatie voorbereiden, ook als veel praktische tips voor bloed geven herkenbaar zijn.

Wil je jouw donatie plannen, begin dan bij plasma doneren in de buurt en kijk welke Rode Kruis-locatie bij je past. Wil je de planning rond herhaling begrijpen, lees dan Hoe vaak mag je plasma doneren?.

Samenvatting

Plasma doneren en bloed doneren helpen allebei patienten, maar ze verschillen duidelijk voor de donor. Bij bloed geef je volbloed en is de afname kort, maar de pauze tussen twee bloeddonaties is langer. Bij plasma geeft een toestel je bloedcellen terug en hou je vooral plasma af, waardoor je vaker kan doneren, maar langer aan de stoel zit en naar een donorcentrum moet.

Kies bloed als je vooral dichtbij en compact wil doneren, bijvoorbeeld via een mobiele inzameling. Kies plasma als je een donorcentrum praktisch kan bereiken, meer tijd hebt en mogelijk vaker wil bijdragen. Combineer pas wanneer je de wachttijden begrijpt en je weet hoe je lichaam reageert.

Deze pagina is informatief en vervangt geen persoonlijk advies van Rode Kruis-Vlaanderen, een arts of een andere bevoegde zorgverlener. Donorgeschiktheid, wachttijden en praktische regels kunnen veranderen en verschillen per persoon, gezondheidssituatie en jaar. Gebruik altijd de donorzelftest, volg de medische vragenlijst eerlijk en laat de uiteindelijke beslissing bevestigen door het team op de donatieplaats.