Blog · 8/7/2026
Je kind voorbereiden op de eerste afspraak
Hoe bereid je je kind voor op een eerste afspraak bij een kindertherapeut? Praktische tips voor ouders in Vlaanderen, met aandacht voor vertrouwen, toestemming, school en nazorg.

Een eerste afspraak bij een kindertherapeut kan voor ouders een opluchting zijn, maar voor een kind voelt ze soms vreemd, spannend of zelfs bedreigend. Je kind weet misschien niet wat therapie is, vraagt zich af of het iets verkeerd heeft gedaan, of vreest dat er over hem of haar gepraat zal worden zonder inspraak. Net daarom maakt een rustige voorbereiding verschil. Niet om alles perfect te laten verlopen, wel om het eerste contact veiliger, begrijpelijker en menselijker te maken.
Deze gids helpt je om je kind op een eerlijke en leeftijdsgerichte manier voor te bereiden. Je leest wat je best wel en niet zegt, hoe je omgaat met weerstand, welke spullen handig kunnen zijn, hoe je de school of het CLB betrekt zonder je kind te overrompelen, en wat je na de afspraak kan doen. De focus ligt op de Belgische en Vlaamse context, waar ouders soms kiezen tussen een zelfstandige kindertherapeut, een klinisch psycholoog, een klinisch orthopedagoog, een CGG, het CLB of begeleiding via een andere dienst.
In het kort
Vertel je kind vooraf waarom jullie gaan, maar hou het eenvoudig. Zeg bijvoorbeeld dat jullie iemand gaan ontmoeten die kinderen helpt praten, spelen of nadenken over dingen die moeilijk lopen. Leg niet te veel druk op de eerste afspraak. Het doel is kennismaken, niet meteen alles oplossen.
Stem je uitleg af op de leeftijd en het karakter van je kind. Een kleuter heeft vooral nood aan concrete informatie: waar gaan we naartoe, wie is daar, blijf jij erbij? Een tiener wil vaak meer duidelijkheid over privacy, inspraak en wat er met informatie gebeurt. Bij twijfel helpt het om vooraf aan de kindertherapeut te vragen hoe de eerste sessie meestal verloopt.
Maak geen beloftes die je niet kan waarmaken. Zeg niet dat je kind zeker niets hoeft te vertellen, dat alles geheim blijft of dat de therapeut alles meteen zal oplossen. Zeg wel dat vragen welkom zijn, dat de therapeut rustig zal kennismaken en dat jullie samen mogen aangeven wat goed of niet goed voelt. Zoek je nog een passende hulpverlener, start dan bij het overzicht van kindertherapeuten in de buurt.
Waarom voorbereiding zoveel uitmaakt
Voor volwassenen is een afspraak vaak een praktische stap: agenda open, adres zoeken, intake plannen. Voor kinderen is het veel groter. Ze stappen een onbekende ruimte binnen, ontmoeten een onbekende volwassene en voelen dat er iets belangrijks speelt. Zelfs kinderen die thuis zeggen dat het hen niets uitmaakt, kunnen onderweg stil worden of net drukker reageren.
Voorbereiding geeft voorspelbaarheid. Een kind hoeft niet elk detail te kennen, maar het helpt als het weet dat de afspraak geen straf is, geen test en geen plaats waar het moet bewijzen dat het "normaal" is. Veel kinderen dragen snel schuld mee. Ze horen ouders praten over zorgen, schoolproblemen, ruzie, verdriet of boosheid, en maken daar hun eigen verhaal van. Een duidelijke uitleg haalt een stuk van die lading weg.
Voorbereiding helpt ook jou als ouder. Je denkt vooraf na over wat je wil vertellen, welke grenzen je kind heeft en hoe je de eerste afspraak wil inkaderen. Dat maakt het makkelijker om rustig te blijven als je kind onderweg vragen stelt of weerstand toont. Wil je breder begrijpen wanneer hulp zinvol kan zijn, lees dan ook Wanneer hulp zoeken voor je kind?.
Begin met een eenvoudige uitleg
De beste uitleg is meestal korter dan ouders denken. Een lang verhaal over problemen, diagnoses of zorgen kan een kind overspoelen. Vertrek vanuit herkenbare taal: "We merken dat de laatste tijd veel zwaar voelt" of "Je wordt vaak heel boos en daarna ben je verdrietig. We gaan iemand ontmoeten die met kinderen werkt en samen met ons kijkt wat kan helpen."
Vermijd woorden die klinken alsof je kind gerepareerd moet worden. Zinnen als "jij moet aan jezelf werken" of "de therapeut gaat jouw gedrag aanpakken" zetten kinderen snel in de verdediging. Beter is: "We zoeken samen uit wat jou helpt" of "We willen beter begrijpen wat er gebeurt als het moeilijk wordt." Daarmee geef je aan dat het kind niet alleen staat.
Gebruik ook geen geheimzinnige formuleringen. Als je zegt "we gaan ergens naartoe" en pas aan de deur vertelt dat het om een therapeut gaat, kan je kind zich misleid voelen. Dat vertrouwen heb je net nodig. Je hoeft niet alles dagenlang vooraf te bespreken, maar vertel het wel op een rustig moment voordat jullie vertrekken.
Woorden per leeftijd
Bij kleuters werkt concrete taal. Zeg waar jullie naartoe gaan, dat er speelgoed of tekenmateriaal kan zijn als de therapeut daarmee werkt, en of mama, papa of een andere vertrouwde volwassene erbij blijft. Kleuters hebben nog weinig aan abstracte uitleg over emoties. Ze begrijpen beter: "Soms is je hoofd heel vol" of "Soms wordt je boosheid zo groot dat we samen hulp zoeken."
Bij lagere schoolkinderen kan je iets meer uitleg geven. Zij snappen vaak dat praten, tekenen of spelen kan helpen om moeilijke dingen duidelijker te maken. Vraag wat ze zelf willen weten. Sommige kinderen willen de naam van de therapeut kennen, anderen willen vooral weten of ze iets moeten meenemen of hoelang het duurt.
Bij tieners is respect voor autonomie belangrijk. Een puber kan afhaken als alles over zijn of haar hoofd heen beslist lijkt. Leg uit waarom jij de afspraak belangrijk vindt, maar erken ook dat het wennen is. Zeg bijvoorbeeld: "Ik wil dat je minstens kan kennismaken en zelf kan voelen of dit een plek is waar je iets aan hebt." Bespreek privacy eerlijk. Tieners hoeven niet het gevoel te krijgen dat therapie een verlengstuk van ouderlijk toezicht is.
Wat zeg je beter niet?
Zeg niet dat de afspraak "helemaal niet spannend" is. Voor sommige kinderen is ze dat wel. Als je spanning wegwuift, leert je kind vooral dat het daar niet over mag praten. Een betere zin is: "Het mag spannend zijn. We gaan stap voor stap." Daarmee normaliseer je het gevoel zonder het groter te maken.
Zeg ook niet dat de therapeut "alles gaat oplossen". Hulpverlening is zelden een snelle oplossing, en bij kinderen hangt veel af van vertrouwen, gezin, schoolcontext en de aard van de hulpvraag. Je kan wel zeggen dat de therapeut mee zoekt naar manieren om het makkelijker te maken.
Wees voorzichtig met dreigende taal. "Als je niet meewerkt, moet je naar therapie" of "de therapeut zal wel zeggen dat dit niet kan" maakt van de therapeut een controleur. Dat is geen goede start. Een kindertherapeut moet een veilige derde kunnen zijn, niet de persoon die ouderlijke boosheid bevestigt.
Vertel wat er praktisch zal gebeuren
Kinderen worden rustiger van praktische details. Vertel op welke dag jullie gaan, hoe jullie er geraken, hoelang het ongeveer duurt en wat er daarna gebeurt. Je hoeft niet te beloven dat alles exact zo zal verlopen. Zeg liever: "Meestal duurt zo een afspraak ongeveer een uur, maar we zien ter plaatse hoe het gaat."
Leg uit dat een eerste afspraak vaak een kennismaking is. Soms praten ouders eerst even mee, soms ziet de therapeut het kind apart, soms wordt er gespeeld, getekend of samen gepraat. Dat verschilt per leeftijd, hulpvraag en werkwijze. Wie vooraf meer duidelijkheid wil, kan de praktijk bellen of mailen. In Een intake bij de kindertherapeut voorbereiden vind je meer vragen die ouders zelf kunnen voorbereiden.
Laat je kind eventueel de website, naam of foto van de praktijk zien als die beschikbaar is. Doe dat zonder er een hele presentatie van te maken. Voor sommige kinderen helpt een visueel beeld, voor anderen maakt het de spanning net groter. Kijk naar je kind en doseer.
Geef je kind een beetje keuze
Kinderen hebben niet altijd keuze over het feit dat er hulp gezocht wordt, maar ze kunnen vaak wel kleine keuzes krijgen. Welke trui doe je aan? Wil je een knuffel, boekje of fidget meenemen? Wil je dat ik in het begin naast je zit? Wil je onderweg muziek luisteren of liever stilte?
Die kleine keuzes zijn geen detail. Ze geven controle terug in een situatie die voor een kind snel door volwassenen wordt gestuurd. Zeker kinderen die al veel hebben meegemaakt, bijvoorbeeld door scheiding, ziekte, verlies of schoolproblemen, kunnen gevoelig zijn voor het gevoel dat anderen beslissen. Een beetje keuze verlaagt de drempel.
Let wel op dat je geen schijnkeuze geeft. Vraag niet "wil je gaan?" als de afspraak sowieso doorgaat. Zeg dan eerlijk: "We gaan vandaag kennismaken. Je mag wel kiezen wat je meeneemt en of je eerst zelf een vraag wil stellen of liever luistert." Dat is duidelijker en betrouwbaarder.
Omgaan met weerstand
Weerstand betekent niet automatisch dat therapie mislukt. Een kind kan boos, stil, spottend of afwijzend reageren omdat het bang is, zich schaamt of niet goed weet wat het kan verwachten. Probeer de weerstand eerst te begrijpen voordat je ze corrigeert. Vraag: "Wat vind je het lastigste aan gaan?" of "Waar ben je bang voor dat er gebeurt?"
Soms komt er een praktische zorg uit: "Moet ik praten over school?" of "Ga jij alles weten wat ik zeg?" Soms zit er schaamte onder: "Ik ben toch niet gek?" Dan kan je rustig uitleggen dat veel kinderen hulp krijgen wanneer dingen zwaar lopen, en dat hulp zoeken geen bewijs is dat er iets mis is met wie je bent.
Blijft je kind weigeren, contacteer dan de therapeut vooraf. Een goede kindertherapeut kan meedenken over de start: korter kennismaken, eerst enkel met ouders spreken, online een eerste contact, of een afspraak op een manier die minder druk geeft. Forceer niet meer dan nodig, maar laat ook niet elke vermijding automatisch beslissen. Die balans is delicaat.
Wat neem je mee?
Voor je kind kan een vertrouwd voorwerp helpen: een knuffel, klein speeltje, boek, tekenschrift of iets om handen bezig te houden. Bij oudere kinderen kan een notitie in de gsm met vragen of onderwerpen handig zijn. Maak daar geen verplicht huiswerk van. Het is een hulpmiddel, geen prestatie.
Voor jezelf is het nuttig om enkele dingen op te schrijven. Wat merk je thuis, op school of in de vrije tijd? Wanneer begon het? Wat helpt al een beetje? Wat maakt het erger? Zijn er belangrijke gebeurtenissen geweest, zoals verhuis, scheiding, pesten, verlies, ziekte of verandering van school? Noteer feiten en voorbeelden, niet alleen algemene woorden.
Breng relevante informatie mee als die er is, bijvoorbeeld verslagen van school, CLB, logopedie, kinesitherapie, huisarts of eerdere begeleiding. Deel alleen wat relevant is en bespreek met oudere kinderen wat je meeneemt. Zo voorkom je dat je kind het gevoel krijgt dat er een dossier over hem of haar wordt uitgestort zonder inspraak.
De rol van ouders tijdens de eerste afspraak
Veel ouders vragen zich af of ze erbij moeten blijven. Daar is geen algemeen antwoord op. Bij jonge kinderen is aanwezigheid vaak geruststellend. Bij oudere kinderen en tieners kan een apart gesprek juist nodig zijn om vrijer te praten. Vaak zoekt de therapeut een combinatie: eerst samen starten, daarna eventueel even apart, en op het einde kort afstemmen.
Belangrijk is dat je je kind niet overspoelt met uitleg terwijl het erbij zit. Ouders hebben soms veel opgekropte zorgen en willen eindelijk alles vertellen. Dat is begrijpelijk, maar voor een kind kan het pijnlijk zijn om in detail te horen wat er allemaal moeilijk loopt. Vraag vooraf of bepaalde punten beter apart besproken worden.
Ouders blijven wel een essentieel deel van het traject. Kindertherapie gebeurt zelden los van de context. Slaap, school, gezin, schermgebruik, scheiding, stress bij ouders en verwachtingen thuis kunnen allemaal meespelen. Hoe ouders betrokken worden, verschilt per hulpverlener en hulpvraag. Meer daarover lees je in Ouders betrekken bij kindertherapie.
Privacy en toestemming helder houden
Privacy is voor kinderen en zeker tieners een kernpunt. Leg uit dat de therapeut niet zomaar elk detail hoeft door te vertellen, maar dat er ook grenzen zijn. Als er ernstige zorgen zijn over veiligheid, bijvoorbeeld gevaar voor zichzelf of anderen, moet een hulpverlener handelen. Beloof dus nooit absolute geheimhouding namens iemand anders.
Vraag de therapeut hoe toestemming en informatiedeling geregeld worden. Bij minderjarigen spelen leeftijd, maturiteit, ouderlijk gezag en de aard van de hulp een rol. Gescheiden ouders kunnen extra vragen hebben: wie moet akkoord gaan, wie krijgt informatie, en hoe wordt het kind beschermd tegen loyaliteitsdruk? Dat vraagt zorgvuldige communicatie.
Voor een uitgebreider overzicht kan je terecht bij Privacy en toestemming bij therapie voor kinderen. Voor de voorbereiding volstaat vooral dit: wees eerlijk tegen je kind dat therapie een plek is om vrijer te praten, maar geen plek waar gevaarlijke situaties genegeerd worden.
School, CLB en andere hulp
In Vlaanderen speelt de schoolcontext vaak mee. Problemen tonen zich soms eerst in de klas: buikpijn voor toetsen, woede na school, pesten, teruggetrokken gedrag, concentratieproblemen of faalangst. Het CLB kan mee nadenken over schoolse ondersteuning en doorverwijzing. Dat betekent niet dat de school alles moet weten over therapie.
Bespreek met je kind wat er gedeeld wordt. Een lagere schoolkind begrijpt misschien vooral dat de juf of meester weet dat het wat moeilijker loopt. Een tiener wil vaak preciezer weten wie wat hoort. Geef die vraag ernstig gewicht. Vertrouwen kan beschadigd raken als een kind achteraf merkt dat volwassenen veel meer hebben gedeeld dan afgesproken.
Soms loopt er al hulp via een klinisch psycholoog, klinisch orthopedagoog, CGG, huisarts of andere dienst. Dan is afstemming nuttig, maar alleen met duidelijke toestemming en een doel. Dubbele begeleiding zonder overleg kan verwarrend zijn. Wil je het verschil tussen functies beter begrijpen, lees dan Kindertherapeut, psycholoog of orthopedagoog?.
Terugbetaling en verwachtingen niet vermengen
Ouders vragen soms vooraf aan hun kind om "goed mee te werken omdat het geld kost". Begrijpelijk vanuit ouderlijke stress, maar voor een kind legt dat veel druk op de afspraak. Hou praktische kosten en terugbetaling zoveel mogelijk bij de volwassenen. Je kind hoeft niet verantwoordelijk te voelen voor het gezinsbudget.
In Belgie kunnen regels rond terugbetaling, remgeld, aanvullende voordelen en geconventioneerde psychologische zorg verschillen per situatie, ziekenfonds en jaar. Sommige hulp verloopt via een zelfstandige praktijk, sommige via een netwerk voor geestelijke gezondheid, een CGG of een andere dienst. Controleer de actuele voorwaarden altijd bij je ziekenfonds, de betrokken praktijk of een officiele bron zoals het RIZIV.
Wil je dat eerst uitzoeken, lees dan Kindertherapie: terugbetaling via ziekenfonds, CLB of prive. Voor je kind is de belangrijkste boodschap eenvoudiger: "Wij regelen de afspraak en de praktische kant. Jij hoeft daar niet voor te zorgen."
Als je kind bang is om iets fout te zeggen
Veel kinderen denken dat therapie een soort examen is. Ze willen het juiste antwoord geven, zijn bang om ouders te kwetsen of weten niet of boos zijn mag. Vertel dat er geen punten worden gegeven. Je kind hoeft niet slim, flink of volledig te zijn. Stil zijn mag ook informatie zijn.
Je kan zeggen: "Als je iets niet weet, mag je dat zeggen. Als je niet wil antwoorden, mag je dat ook zeggen. De therapeut zal helpen zoeken naar woorden." Dat geeft ruimte zonder te beloven dat het kind nooit uitgenodigd zal worden om moeilijke dingen te bespreken.
Bij kinderen die snel pleasen, is dit extra belangrijk. Zij kunnen tijdens de afspraak vrolijk doen en achteraf instorten. Vertel de therapeut gerust vooraf dat je kind vaak doet alsof alles goed gaat. Doe dat discreet, liefst zonder je kind voor schut te zetten. Een korte mail vooraf kan helpen.
Bij scheiding of spanningen tussen ouders
Een eerste afspraak wordt gevoeliger als ouders gescheiden zijn of als er veel conflict is. Een kind kan bang zijn dat het partij moet kiezen of dat alles wat het zegt later in discussies terechtkomt. Bereid je kind daarom niet voor met jouw versie van het conflict. Zeg niet: "Vertel maar hoe moeilijk het bij papa is" of "Zeg dat mama altijd boos doet."
Hou de uitleg kindgericht: "Er is veel veranderd en we willen dat jij een plek hebt waar iemand mee luistert naar hoe het voor jou is." Als er afspraken zijn rond ouderlijk gezag of informatie, regel die vooraf met de therapeut. Zet je kind niet in als boodschapper tussen ouders en hulpverlener.
Meer specifieke aandachtspunten vind je in Scheiding en kindertherapie: waar let je op?. Voor de eerste afspraak is het belangrijkste dat je kind voelt dat het niet verantwoordelijk is voor volwassen spanningen.
De dag zelf
Plan genoeg tijd. Haast maakt spanning groter. Vertrek iets vroeger, voorzie iets te drinken en vermijd vlak voor de afspraak zware gesprekken in de auto. Als je kind vragen stelt, antwoord kort en eerlijk. Als het stil blijft, hoeft dat niet ingevuld te worden. Stilte kan ook een manier zijn om spanning te dragen.
Zeg bij aankomst niet te veel namens je kind. Laat het zelf groeten als dat lukt, maar maak er geen strijd van als het niet lukt. Een kind dat zich achter jou verstopt, is niet onbeleefd, maar gespannen. De therapeut is normaal gewend aan verschillende starts.
Als je merkt dat je zelf erg zenuwachtig bent, benoem dat mild of adem even bewust. Kinderen pikken ouderlijke spanning snel op. Je hoeft niet perfect rustig te zijn, maar het helpt als je uitstraalt: dit is nieuw, maar we kunnen dit stap voor stap doen.
Na de eerste afspraak
Vraag achteraf niet meteen een volledig verslag van je kind. De verleiding is groot, zeker als je niet de hele tijd erbij was. Begin zachter: "Hoe was het voor jou?" of "Was er iets dat je fijn, raar of lastig vond?" Geef ruimte voor een kort antwoord. Sommige kinderen verwerken later pas wat ze ervan vonden.
Beloon niet alleen "goed praten". Je kan waarderen dat je kind is meegegaan, heeft rondgekeken, heeft gezwegen maar gebleven is, of een vraag heeft durven stellen. Voor sommige kinderen is aanwezig zijn al een grote stap.
Bespreek praktische vervolgafspraken met de therapeut, maar bewaak dat je kind niet het gevoel krijgt dat er meteen een lang traject vastligt zonder inspraak. Zeg bijvoorbeeld: "We bekijken samen met de therapeut wat een volgende goede stap is." Als de klik helemaal ontbreekt, mag dat ook besproken worden. Niet elke hulpverlener past bij elk kind.
Wanneer extra alert zijn?
Een eerste therapeutische afspraak is geen spoedzorg. Neem sneller contact op met de huisarts, huisartsenwachtpost, CLB, CGG of spoeddienst als je kind zichzelf iets wil aandoen, anderen wil verwonden, niet meer eet of drinkt, erg verward is, acuut onveilig is of als er sprake is van geweld of misbruik. Bij onmiddellijke veiligheid primeert snelle hulp boven wachten op een geplande afspraak.
Ook bij ernstige lichamelijke klachten, plotse gedragsveranderingen of medicatievragen is medische afstemming belangrijk. Een kindertherapeut kan ondersteunen, maar vervangt geen arts, kinderpsychiater of erkende zorgverlener wanneer medische beoordeling nodig is. De grenzen van begeleiding horen helder te zijn.
Wees ook kritisch voor grote beloftes. Niemand kan garanderen dat een kind na een paar sessies geen angst, boosheid of schoolproblemen meer heeft. Een zorgvuldige hulpverlener werkt met haalbare doelen, duidelijke grenzen en respect voor het tempo van het kind. Zie ook Rode vlaggen bij claims van kindertherapie.
Praktische zinnen die kunnen helpen
"We gaan iemand ontmoeten die met kinderen en ouders praat over dingen die moeilijk lopen." Deze zin werkt vaak omdat hij eenvoudig is en ouder en kind samen noemt. Het kind krijgt niet de boodschap dat het alleen het probleem is.
"Je hoeft niet alles vandaag te vertellen." Dat verlaagt druk. Voeg eventueel toe: "De eerste keer is vooral kennismaken." Zo blijft de deur open zonder te doen alsof de afspraak vrijblijvend toneel is.
"Als je iets niet begrijpt, mag je dat vragen." Kinderen vergeten soms dat ze vragen mogen stellen aan volwassenen. Zeker in zorgcontexten wachten ze af. Door het vooraf te zeggen, geef je toestemming om actief mee te doen.
"Ik weet ook nog niet precies hoe het zal zijn, maar we mogen dat daar vragen." Deze zin is eerlijk. Ouders willen soms alle onzekerheid wegnemen, maar kinderen voelen het als uitleg te stellig wordt. Samen mogen ontdekken kan veiliger klinken dan schijnzekerheid.
Welke vervolgstappen passen hierbij?
Ben je nog aan het kiezen wie past bij je kind, begin dan met Kindertherapeut kiezen: opleiding, methode en grenzen. Gaat het vooral over school, toetsen of blokkeren, dan sluit Schoolproblemen, faalangst en emoties goed aan. Wil je weten of spel, gesprek of coaching past, lees dan Speltherapie, integratieve therapie en coaching uitgelegd.
Soms is een andere ingang logischer. Bij duidelijke psychische klachten kan een psycholoog of klinisch orthopedagoog aangewezen zijn. Bij motorische ontwikkeling, prikkelverwerking in beweging of revalidatievragen kan een kinderfysiotherapeut in Belgische context vaak neerkomen op een kinesitherapeut met pediatrische bekwaamheid. Vraag bij twijfel advies aan je huisarts, CLB of mutualiteit.
Samenvatting
Je kind voorbereiden op een eerste afspraak bij een kindertherapeut draait om eerlijkheid, eenvoud en voorspelbaarheid. Vertel waarom jullie gaan zonder je kind te beschuldigen, leg praktisch uit wat er ongeveer zal gebeuren en geef kleine keuzes waar dat kan. Stem je woorden af op de leeftijd: kleuters hebben concrete veiligheid nodig, lagere schoolkinderen duidelijke uitleg, tieners inspraak en privacy.
Maak geen grote beloftes over geheimhouding, resultaat, terugbetaling of duur van het traject. Hou kosten en praktische administratie bij de volwassenen, en controleer Belgische regels altijd bij het ziekenfonds, de praktijk of officiele bronnen. Betrek school, CLB of andere hulp alleen doelgericht en met respect voor je kind.
De eerste afspraak hoeft niet perfect te verlopen. Soms is zwijgen, aarzelen of boos zijn deel van de start. Als je kind voelt dat het niet getest of veroordeeld wordt, maar samen met jou mag kennismaken met iemand die rustig mee zoekt, is de belangrijkste stap vaak al gezet.
Deze pagina is informatief en vervangt geen persoonlijk advies, diagnose of behandeling. Regels, bedragen, terugbetaling en voorwaarden kunnen verschillen per situatie, ziekenfonds, hulpverlener en jaar. Bespreek vragen over veiligheid, verwijzing, toestemming, erkenning of geestelijke gezondheidszorg altijd met de betrokken hulpverlener, je huisarts, het CLB, je mutualiteit of een officiele Belgische bron.



